Naast n8-blogger werk ik sinds kort bij Mediamatic. Daar organiseer ik symposia onder de noemer Kom Je Ook. De elfde editie van 'Kom Je Ook' gaat over het fenomeen lidmaatschappen. In tijden van financiële crisis wordt er met aandacht gekeken naar vriendenverenigingen en andere begunstigers. Een traditie die al meer dan een eeuw bestaat in de museumwereld. Zijn lidmaatschappen dé groeimarkt voor culturele instellingen?
Andere instanties pakken dit heel anders aan. Zo biedt de katholieke kerk vrijwel al haar leden toegang tot de hemel, en dat is toch een club met meer dan een biljoen leden. Het wordt pas echt interessant om een instelling te steunen als je er iets bijzonders voor terug krijgt. Koop een stukje van de Intocht van Napoleon bij het Amsterdam Museum, of adopteer een collectiestuk van Museum Boerhaave. Kijk, dan willen mensen wel bij je club horen.
Suggesties voor andere “unieke” tegenprestaties:
- Met de directeur naar de bioscoop
- Overnachting in een tentoonstelling
- Prive concert of tentoonstelling thuis
- Een ruimte naar de vriend vernoemen
De vraag is of deze markt, die vol op in ontwikkeling is, een plafond heeft. Blijven vrienden altijd een klein deel van de jaarbegroting of kunnen ze deze écht gaan overnemen? En blijven deze begunstigers dan op de achtergrond of mogen ze ook meedenken over je instelling?
Ik stel mezelf constant de vraag waarom mensen ergens lid van worden. Eén van de grootste verenigingen van Nederland is de ANWB, daar word je lid van omdat je niet met autopech wilt staan. Hier is de connectie heel simpel. Maar bijvoorbeeld het Rijksmuseum heeft enorm veel vrienden, die daar eigenlijk weinig praktisch uit halen. Het is meer een status-ding, denk ik dan. Het is mij in ieder geval duidelijk dat er hier nog veel te ontwikkelen valt.
Voor Kom Je Ook 11: Onze Club ga ik op zoek naar sprekers die hier iets zinnigs over te vertellen hebben. Ik ben in ieder geval erg benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen!
Over Hugo van de Poel:
In
zijn jeugd was Hugo gefascineerd door het onbekende. Leergierig
probeerde hij alles te weten te komen over zaken als ruimtevaart en oude
beschavingen. Zijn bevindingen kregen een plek in het door Hugo
gestichte "Museum van Alles". Hugo was met zijn zeven jaar een relatief
jonge conservator, directeur, suppoost en tentoonstellingsmaker. Zestien
jaar later is er weinig veranderd. Na een bachelor en master in de
museologie streeft Hugo nog steeds naar zijn eigen museum. Naast dit mooie streven is Hugo de organisator van de Mediamatic "Kom je Ook' symposia.