Voor de tweede keer bezocht ik namens de n8 onlangs Museums and the Web, een jaarlijkse conferentie over musea en online ontwikkelingen. Na het door smeltende sneeuw omgeven Montreal was Museums and the Web nu uitgewijd naar downtown Indianapolis, een…
Voor de tweede keer bezocht ik namens de n8 onlangs Museums and the Web, een jaarlijkse conferentie over musea en online ontwikkelingen. Na het door smeltende sneeuw omgeven Montreal was Museums and the Web nu uitgewijd naar downtown Indianapolis, een gemiddelde stad, met vlak naast een enorme begraafplaats een behoorlijk vooruitstrevend museum (daarover later meer).
Drie dagen lang was het Hyatt hotel, met op de gevel 'at the centre of it all' inderdaad het centrum voor iedereen die zich bezighoudt met online erfgoed. Van de meeste grote musea, zoals Tate, MoMa, Guggenheim, maar ook Van Gogh en het Rijksmuseum waren afgevaardigden op het gebied van o.a. ICT, educatie en (online) marketing aanwezig. Sinds 1997 is Museums and the Web uitgegroeid tot een community, met steeds zowel vaste bezoekers als nieuwe gezichten. Diverse sprekers, waaronder Seb Chan (Powerhouse Museum, Sydney) en Brian Kelly (UK Web Focus) zijn jaarlijks van de partij en een voorbeeld voor velen die op zowel kritische wijze nadenken over, als aan de slag gaan met, het museale verrijken en ontsluiten door online toepassingen.
IMA - from Virtual to Visceral
De opening plenary door Max Anderson, directeur van het Indianapolis Museum of Art, was een aangename verrassing. Niet alleen door zijn frisse blik als directeur, maar ook doordat een van de twee presentatieschermen een Twitterfall was, waarop bezoekers direct hun mening konden geven (en dit ook massaal deden). De volledige lezing van Max Anderson is terug te zien op ArtBabble (Play Art Loud), een videoplatform dat geheel ontwikkeld is door het IMA en video's bevat over tentoonstellingen, interviews met kunstenaars en behind the scenes materiaal van verschillende musea. Dat een museum zich van verschillende kanten laat zien door video is niet nieuw, maar dat het museum dit helemaal zelf bouwt en vervolgens de content zelf blijft maken (in plaats van met dure extrerne partijen te werken) laat zien dat deze directeur het web serieus neemt. Helemaal omdat ArtBabble ook nog openstaat voor andere musea die willen aanhaken.
Dit is trouwens niet waar de presentatie van Max Anderson over ging. Hij sprak over de overgang van virtual naar visceral. Hoe kan een museum voor een diepere, meer emotionele ervaring zorgen? Sommige vernieuwing binnen musea lijkt nog te weinig gericht op de ervaring van de bezoeker. De bezoeker die gemiddeld een paar seconden naar een kunstwerk kijkt en vaak niet de kunsthistorische achtergrond bezit van de curator. Een online database van de collectie blijft slechts een database (waar die bezoeker misschien niet zoveel mee kan). Naast tips om dit te veranderen liet Max ook een project zien wat vooral voor de insiders interessant lijkt; het IMA Dashboard. Van bezoekers, engergieverbruik tot inkomsten en het aantal uitgeleende schilderijen alle statistieken over het IMA zijn voor iedereen online te bewonderen.
Unconference - Ik tweet voor een museum
Naast de reguliere sessies en workshops vond er dit jaar ook een unconference sessie plaats. Alle deelnemers konden een onderwerp pitchen, om hier vervolgens met collegas van over de hele wereld verder over te praten. Dit leidde tot zon 30 onderwerpen en was een goed moment om anderen te spreken over een specifiek onderwerp, zoals Ik tweet vooor een museum'. Nu de meeste musea sociale netwerken ontdekt hebben is het interessant te zien hoe hier mee om wordt gegaan. Hoe spreeek je op Twitter namens een museum? Ben jij dan dat museum, laat je zien welke medewerker er achter het logo schuil gaat? En in hoeverre houd je binnen sociale netwerken rekening met een officieel communicatiebeleid? In veel gevallen bleek iemand binnen het museum ooit een Twitter account aangemaakt te hebben omdat diegene dat nodig vond of persoonlijk al op Twitter actief was, waarna de marketing afdeling of de directie hiervan later het nut inzag. Het kan ook andersom; het Van Gogh Museum besloot onlangs te beginnen op Twitter, sprak hierover richtlijnen af en rekende uit dat het ongever 20 minuten per week hoeft te kosten. Verspreid over drie medewerkers is nog geen 7 minuten extra werk behoorlijk goed te verantwoorden. Twitter (maar ook Hyves, Facebook), is gewoon een kwestie van beginnen, je het netwerk eigen maken en de juiste toon zoeken. Voor musea die behoefte hebben aan guidelines en voorbeelden is het blog van het Walker Art Center een aanrader, met o.a blog guidelines.
Redesign Websites
Veel grote musea hebben onlangs hun website grondig vernieuwd of zitten nu in dat proces. Tijdens Museums and the Web kon je in het usability lab websites laten testen, waarbij een bezoeker een opdracht kreeg iets te vinden en de rest van de zaal live kon volgen wat zijn gedrag vervolgens op die website was. In de sessie Redesigning Your Museums Website: A Survivors Guide vertelden vier musea die zich ieder in een ander stadium van een redesign bevonden, over hoe dit het beste werkt binnen een groot instituut. In dit geval MoMa (New York), The National Gallery of Art (Washington DC), The National Gallery (Londen) en SFMOMA (San Fransico). MoMA vertelde hoe het hele museum zich vooral druk maakte om de homepage, terwijl de meeste bezoekers tegenwoordig door google of RSS-feeds de homepage overslaan en gelijk dieper in de website belanden.
IMA vraagt in museumtuin foto's te delen via Flickr
Van stop talking, start doing naar stop doing, start thinking
De afgelopen jaren zijn er vele nieuwe web projecten door musea gelanceerd, nadat Museums and the Web deelnemers ervoor pleitten dat lang praten over web 2.0 geen zin had, maar musea het simpelweg moesten gaan doen. Nu dit ook gebeurt, vroegen dit jaar verschillende sprekers om reflectie. Tentoonstellingsvormgever Nina Simon wil vernieuwing op het web ook naar het fysieke museum te brengen. Als voorbeeld voor verbetering noemde ze het IMA; vernieuwend online, maar wie het museum binnenstapt ziet nog steeds schilderijen met naambordjes zoals 30 jaar geleden. Tijdens haar workshop vroeg Nina Simon musea vanuit webtoepassingen te benaderen en zo verder te brainstormen. Hoe werkt een museum als een Wiki? Of een museum als een Last.FM? Zie ook haar blog. Dan Zambonini, die Hoard.It presenteerde (een toepassing die data verzamelt en structureert van online collecties van musea, zonder dat musea dit weten) noemde de stroom van nieuwe projecten zelfs gevaarlijk en overbodig. Wees niet bang het wiel opnieuw uit te vinden, maar zorg dat je het briljant uitvoert. Brian Kelly, van wie de titel Stop Doing, Start Thinking komt, vroeg in een razendsnelle en bij vlagen hilarische presentatie grondig te kijken naar wat we aan het doen zijn. En waarom. Ik raad iedereen aan zijn slides te bekijken via SlideShare.
Brooklyn Museum, Click! tentoonstelling
Best of the web 2009 - Brooklyn Museum
Ieder jaar worden op Museums and the Web awards uitgereikt voor de beste websites van musea. Grote winnaar dit jaar was het Brooklyn Museum (New York). Zij wonnen in de categorie beste online community service met Posse, and Tag! You Are It! (waarbij bezoekers online de collectie van het museum taggen), tentoonstelling met Click! A Crowd-Curated Exhibition (een tentoonstelling bestaande uit Flickr fotos) en kregen uiteindelijk ook de prijs voor beste overall website. Niemand van het Brooklyn Museum was echter aanwezig, aangezien het museum een enorme terugval in inkomsten heeft vanwege de economische crisis. En dus maakte het team van Shelley Bernstein een video. In plaats van te doen alsof er niets aan de hand is, is ook nu het Brooklyn Museum zo open als zij in betere tijden al was. Net zoals er op de site van het Brooklyn Museum wordt geblogd over zowel het succes maar ook de tegenslagen van hun web 2.0 projecten, wordt er nu ook geschreven over welke maatregelen het museum gaat nemen om open te kunnen blijven en daarnaast te blijven innoveren. Het maakt het Brooklyn Museum wederom tot een sympathiek museum dat je wilt steunen - en laat zien hoe waardevol een goede online communicatie is.
Voor wie specifieke informatie wilt lezen (over taggen, bloggen, APIs, online collecties, mobiele applicaties) zie de website van Museums and the Web. Hij ziet er niet geweldig uit, maar er zijn veel presentaties en discussies op terug te vinden. En tenslotte; ook voor de niet-web mensen is dit een interessante conferentie, vanuit de Museums and the Web community is er een grote behoefte aan meer interactie met directie en curatoren. Het web zou geen apart eilandje meer binnen het museum moeten zijn, maar op alle niveaus omarmd moeten worden om zo een volgende generatie bezoekers met het museum te verbinden.